Afsluiterfabrikanten geven de Kv-waarde op, de installatie levert debiet en drukken – de schakel daartussen is de dimensioneringsberekening volgens VDI/VDE 2173. De Kv-waarde-calculator voor gassen (afsluiterselectie) neemt die over, inclusief het gevalsonderscheid dat het vaakst over het hoofd wordt gezien.
Twee stromingstoestanden, twee formules
Bij gassen beslist de drukverhouding: is de uitlaatdruk p2 groter dan de halve inlaatdruk (p2 > p1/2), dan heerst subkritische stroming – het debiet hangt van beide drukken af. Zakt p2 onder p1/2, dan wordt de stroming kritisch: in de nauwste doorsnede heerst de geluidssnelheid en méér dan dit debiet gaat er niet doorheen, hoe ver de uitlaatdruk ook daalt. Wie met de subkritische formule doorrekent, dimensioneert te klein.
Stap voor stap
- Gas kiezen: de calculator kent dichtheid en normdichtheid van 8 gangbare gassen (N₂, O₂, Ar, He, H₂, CO₂, CH₄, lucht)
- Bedrijfsgegevens invoeren: debiet in Nm³/h, inlaatdruk p1 en uitlaatdruk p2 (absoluut!), temperatuur
- Resultaat aflezen: vereiste Kv-waarde, stromingstoestand en de aanbeveling met dimensioneringsreserve
Rekenvoorbeeld
10 Nm³/h stikstof, p1 = 7 bar(a), p2 = 6 bar(a), 20 °C: subkritische stroming, vereiste Kv ≈ 0,152. Met de gebruikelijke reserve kiest u een afsluiter met Kv 0,2–0,25 – maar niet meer: een sterk overgedimensioneerde regelafsluiter werkt alleen in het onderste slagbereik en regelt slecht.
Praktijktips
Altijd met absolute drukken rekenen – de klassieke fout is de overdruk van de manometer direct invullen. Voor de afsluiterkeuze telt het grootste benodigde debiet bij de kleinste beschikbare drukval. En bij regelafsluiters: de regelverhouding moet ook het minimale debiet netjes dekken. Fabrikantgegevens (Kv bij gedefinieerde slag, XT-waarden) zijn bepalend voor de fijndimensionering.