Vochtanalyzers tonen het dauwpunt in °C, gasspecificaties eisen ppm – en daartussen zit een exponentiële functie. De Dauwpunt-ppm-calculator (vocht in gassen) vertaalt in beide richtingen en houdt rekening met de vaak vergeten invloed van de druk.
De fysica erachter
De basis is de Magnus-formule voor de verzadigingsdampdruk – onder 0 °C correct berekend boven ijs, niet boven onderkoeld water. Het vochtgehalte in ppmv volgt dan als verhouding van waterdamppartiaaldruk tot totaaldruk: ppmv = e(Td) ÷ p × 10⁶. Omdat de totaaldruk in de noemer staat, is de drukopgave beslissend.
Stap voor stap
- Richting kiezen: dauwpunt → ppm of ppm → dauwpunt
- Waarde invoeren: bijv. het dauwpunt van de sporenvochtmeter
- Druk opgeven: 1,013 bar(a) voor het atmosferische dauwpunt – of de leidingdruk voor het drukdauwpunt
- Resultaat aflezen: ppmv, mg/Nm³ en de indeling in de gaskwaliteit
Rekenvoorbeeld
Dauwpunt −70 °C bij atmosferische druk: verzadigingsdampdruk boven ijs ≈ 0,26 Pa, dus 2,57 ppmv – conform de restvochteis van kwaliteit 5.0 (≤ 5 ppm). Voor 6.0 (≤ 0,5 ppm) moet het dauwpunt onder ongeveer −80 °C liggen.
De klassieker: drukdauwpunt vs. atmosferisch dauwpunt
Een dauwpunt van −40 °C bij 7 bar leidingdruk is niet hetzelfde als −40 °C atmosferisch: ontspan het gas en het dauwpunt daalt met zo'n 20 K. Wie meetwaarden uit het druknet zonder omrekening vergelijkt met specificaties bij normcondities, beoordeelt zijn gaskwaliteit systematisch verkeerd – in de praktijk de meest voorkomende foutbron bij vochtafnames. Voor bindende afnames gelden de meetcondities van het testprotocol.