Bereken de foutstroom Ik uit de gemeten lusimpedantie Zs en controleer de afschakelvoorwaarde volgens NEN 1010 / IEC 60364-4-41.
Vul de onderstaande velden in en klik op "Berekenen".
Foutstroom berekenen uit de lusimpedantie
Bij elke eerste inspectie wordt de impedantie van de foutlus Zs gemeten. De te verwachten foutstroom volgt uit Ik = c × U₀ / Zs, waarbij c = 0,95 rekening houdt met de toegestane spanningstolerantie. Deze calculator beoordeelt uw meting en controleert direct de afschakelvoorwaarde volgens IEC 60364-4-41 (NEN 1010).
Afschakelvoorwaarde
De foutstroom moet de beveiliging binnen de vereiste tijd laten afschakelen (0,4 s voor eindgroepen tot 63 A). Voor installatieautomaten volgens EN 60898-1 geldt: B = 5 × In, C = 10 × In, D = 20 × In. Een B16 heeft dus minstens 80 A foutstroom nodig, een C16 al 160 A.
Praktijkvoorbeeld
Gemeten: Zs = 0,45 Ω op een groep met B16. Ik = 0,95 × 230 V / 0,45 Ω = 486 A ≥ 80 A – voorwaarde ruim vervuld. Met een C16 aan het einde van een lange leiding en Zs = 1,6 Ω: Ik = 137 A < 160 A – de magnetische afschakeling is niet gegarandeerd. Oplossingen: grotere doorsnede, B-karakteristiek of een aardlekschakelaar.
Maximaal toelaatbare Zs
De calculator toont ook Zs,max = c × U₀ / Ia om direct met uw meter te vergelijken: 2,73 Ω voor een B16, slechts 1,37 Ω voor een C16 (bij c = 0,95 en 230 V).