Een motor wordt niet op vermogen maar op stroom beveiligd. De Motorcalculator (nominale stroom, beveiliging, kabel) rekent van het typeplaatje naar het complete ontwerp: nominale stroom, aanloopstroom, motorbeveiligingsschakelaar, voorzekering en voedingskabel.
De formule
In = P ÷ (η × √3 × U × cos φ) – het mechanische nominale vermogen P wordt gedeeld door rendement η, de draaistroomfactor √3, netspanning U (400 V) en arbeidsfactor cos φ. Alle waarden staan op het typeplaatje.
Stap voor stap
- Typeplaatgegevens invoeren: nominaal vermogen in kW, rendement, cos φ en spanning
- Aanloopmethode kiezen: directe aanloop (5–8 keer de nominale stroom), ster-driehoek (ca. ⅓ daarvan) of softstarter/frequentieregelaar
- Resultaten aflezen: nominale stroom, aanloopstroom, instelwaarde van de motorbeveiliging en aanbevolen voorzekering
Rekenvoorbeeld
4kW-motor, η = 0,88, cos φ = 0,82, 400 V: In = 4000 ÷ (0,88 × 1,732 × 400 × 0,82) = 7,55 A. Bij directe aanloop vloeit kortstondig tot 53 A – daarom heeft de voorzekering een trage karakteristiek nodig en wordt de motorbeveiliging op de nominale stroom ingesteld, niet op de aanloopstroom.
Praktijktips
De motorbeveiligingsschakelaar wordt exact op In ingesteld – te hoog beschermt niet, te laag schakelt bij de aanloop uit. Ster-driehoek verlaagt de aanloopstroom tot ongeveer een derde, maar ook het koppel: ongeschikt voor lasten met hoog losbreekkoppel (compressoren). Frequentieregelaars begrenzen de aanloopstroom tot 1 à 1,5 keer en zijn tegenwoordig meestal de eerste keus.