Nauwelijks een gezondheidsgetal is zo wijdverbreid en zo vaak verkeerd begrepen als de BMI. De BMI berekenen levert naast de waarde ook de indeling – deze tutorial legt uit hoe u beide moet lezen.
De formule
BMI = gewicht in kg ÷ (lengte in m)². Bij 1,80 m en 75 kg: 75 ÷ 3,24 = 23,1. De WHO-indeling: onder 18,5 ondergewicht, 18,5–24,9 normaal gewicht, 25–29,9 overgewicht, vanaf 30 obesitas in drie graden.
Stap voor stap
- Lengte en gewicht invoeren: 's ochtends gewogen, zonder kleding – zo blijven de waarden vergelijkbaar
- Leeftijd opgeven (optioneel): vanaf 65 geldt een iets hoger bereik als gunstig
- Resultaat lezen: BMI, WHO-categorie, uw persoonlijke normaalgewichtsbereik en de 'nieuwe BMI'
Waarom de 'nieuwe BMI' erbij staat
De klassieke formule schaalt met het kwadraat van de lengte, maar het lichaam groeit in drie dimensies. Gevolg: lange mensen krijgen systematisch te hoge waarden, kleine te lage. De Oxford-wiskundige Nick Trefethen stelde daarom 1,3 × gewicht ÷ lengte^2,5 voor – bij mensen van 1,90 m scheelt dat al snel een punt en daarmee soms een hele categorie.
Waar de BMI faalt
De index kent spiermassa noch vetverdeling. Een krachtsporter van 95 kg op 1,85 m (BMI 27,8) heeft geen overgewicht in gezondheidkundige zin; een slank persoon met veel buikvet kan ondanks BMI 23 een verhoogd stofwisselingsrisico dragen. Veelzeggender is dan de taille-lengteverhouding: een tailleomvang onder de halve lichaamslengte geldt als gunstig. Voor kinderen en jongeren gelden eigen percentielcurven, voor zwangeren is de BMI ongeschikt. Kortom: de BMI is een goed eerste kompas – diagnoses stelt de arts.