Procentrekening komt we dagelijks tegen: de uitverkoopkorting in de etalage, de btw op de factuur, het rentedeel bij een lening. Maar welke formule geldt wanneer? Onze rekenmachine lost alle drie basistypen van procentrekening op – en toont de rekenstappen zodat u het begrijpt.
Stap voor stap: zo gebruikt u de procentrekenmachine
- Opgavetype kiezen: procentdeel berekenen (W = ?), percentage berekenen (p = ?) of grondtal berekenen (G = ?).
- Bekende waarden invoeren: bijv. voor procentdeel: grondtal G = 250 €, percentage p = 15%.
- Berekenen: W = G × p/100 = 250 × 15/100 = 37,50 €.
- Procentuele verandering: oude waarde 80 €, nieuwe waarde 92 €: verandering = (92−80)/80 × 100 = +15%.
- Resultaat met rekenstappen: de rekenmachine toont de gebruikte formule – ideaal om te leren.
Praktische voorbeelden
Korting berekenen: normale prijs € 129, 30% korting. W = 129 × 0,30 = 38,70 €. Aanbiedingsprijs = 129 − 38,70 = 90,30 €.
Hoeveel procent goedkoper? Oude prijs € 89, nieuwe prijs € 62. p = (89−62)/89 × 100 = 30,3% goedkoper.
Wat was de oorspronkelijke prijs? Nu € 70 na 30% korting. G = 70 / 0,70 = € 100 was de originele prijs.
Procentrekening: alle drie formules
- Procentdeel: W = G × p ÷ 100
- Grondtal: G = W × 100 ÷ p
- Percentage: p = W × 100 ÷ G
- Procentuele verandering: p = (Nieuw − Oud) ÷ Oud × 100
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen procentdeel, percentage en grondtal?
Het grondtal G is de uitgangswaarde (= 100%). Het percentage p is het aandeel in procent (bijv. 15%). Het procentdeel W is het resultaat: W = G × p/100. Voorbeeld: G = 200 €, p = 15% → W = 30 €.
Hoe reken ik meerdere kortingen achter elkaar uit?
Niet optellen! 20% en 10% korting = niet 30%. Berekening: 100 € × 0,80 × 0,90 = 72 € → 28% totaalkorting (niet 30%). Procentberekeningen vermenigvuldigen zich, ze tellen niet zomaar op.
Wat betekent promille (‰)?
Promille is een duizendste: 1‰ = 0,1%. Goudgehalte 585‰ = 58,5%. Bloedalcohol 1,6‰ = 0,16%. Rente 3,5‰ per maand = 0,35%.