Nieuwbouw, zolderverbouwing of tuintrap: de maten bepalen of een trap comfortabel of verraderlijk wordt. De Trap berekenen gebruikt de beproefde trapformule en toetst het resultaat aan DIN 18065 – deze tutorial legt de rekenweg uit.
De trapformule
2 × optrede + aantrede = 59 tot 65 cm, ideaal 63 cm – de gemiddelde menselijke paslengte. Bij het klimmen 'verbruikt' elke hoogte-eenheid twee keer zoveel paslengte als een lengte-eenheid; precies dat drukt de formule uit. Daarbij komen de grenzen van DIN 18065 voor woningen: optrede 14–20 cm, aantrede minstens 23 cm.
Stap voor stap
- Verdiepingshoogte meten: van afgewerkte vloer tot afgewerkte vloer – niet de ruwe vloer!
- Looplengte invoeren (optioneel): is de ruimte beperkt, dan verdeelt de calculator die over de aantreden
- Aantal optreden opgeven (optioneel): anders kiest de calculator het met als doel ~18 cm optrede
- Controle lezen: bij regelovertredingen stelt de calculator concrete alternatieven voor
Het schoolvoorbeeld
Verdiepingshoogte 280 cm: 16 optreden van 17,5 cm, aantrede 63 − 35 = 28 cm. Omdat de bovenste optrede op de verdiepingsvloer eindigt, zijn er 15 treden nodig en 15 × 28 = 420 cm looplengte bij 32° helling – de klassieke comfortabele woningtrap. Past de ruimte niet, dan toont het keldertrapvoorbeeld (250 cm hoogte op 250 cm lengte) hoe de calculator reageert: aantrede te smal, trapformule geschonden – met het voorstel het aantal treden te wijzigen.
Wat verder telt
Naast de trapformule kent de vakliteratuur de comfortregel (aantrede − optrede = 12 cm) en de veiligheidsregel (aantrede + optrede = 46 cm) – alleen de combinatie 17/29 voldoet exact aan alle drie; echte trappen zijn altijd een compromis. Het bouwrecht voegt toe: nuttige breedte minstens 80 cm, vrije hoogte 200 cm, tussenbordes vanaf 18 optreden, en bij gedraaide trappen geldt de trapformule langs de looplijn. Voor vergunningsplichtige trappen hoort het definitieve ontwerp bij timmerman of architect.